Het interview met de assistent-coach Marco van Basten

Marco van Basten behoeft eigenlijk geen introductie, we kennen hem immers als een van de grootste voetbaltalenten die Nederland ooit heeft voortgebracht. Zijn doelpunt tijdens de EK finale in München staat wat dat betreft nog op ons netvlies gebrand. Mede dankzij hem werd er in 1988 eindelijk een finale gewonnen, een zege die voor een groot gedeelte op het conto van ‘San Marco’ mag worden bijgeschreven, want ook in de groepswedstrijden was hij dominant en pikte hij z’n doelpuntjes mee.

Marco van Basten is enigszins mediaschuw en interviews zijn helaas schaars. Wel is er uit zijn mond op te maken dat de grootste teleurstelling in zijn carrière het missen van het EK in 2016 is. Als reden voor het falen noemt hij het volledige gebrek aan spelers die de kloof tussen de routiniers en nieuwe talenten kunnen overbruggen. Spelers zijn of de 30 gepasseerd en in de herfst van hun carrière of piepjong en nog zonder ervaring. Wel merkt Marco van Bastenhij op dat dit ook het geval was in 1982 en 1988. Wat dat betreft is er nog hoop.

Marco steekt z’n adoratie voor mannen als Christiano Ronaldo, Zlatan Ibrahimovich en Lionel Messi niet onder banken en stoelen. Vooral het feit dat deze spelers een zestigtal wedstrijden kunnen spelen per seizoen zonder aan dominantie in te boeten roemt hij. De gretigheid van Ronaldo ziet hij als een voorbeeld voor andere spelers. Zelfs als de buit al binnen is wil Ronaldo vaak doorgaan, nog meer scoren, en dat vind hij een unieke kwaliteit die niet altijd te vinden is bij de Nederlandse spelers.

Als grootste talent noemt hij nadrukkelijk Quincy Promes. De speler is wellicht niet al te bekend in Nederland aangezien hij in een ver land competitie speelt (Rusland), maar dat maakt zijn kwaliteiten niet minder. Vooral de veelzijdigheid spreekt Marco aan. Quincy Promes kan op meerdere posities in de voorhoede uit de voeten.